Alle blogs

Belanghebbende bij handhaving cameratoezicht?

Het aantal plaatsen waar beveiligingscamera’s hangen neemt toe. Dat kan gunstige gevolgen hebben voor veiligheid, maar ook negatieve voor de privacy van passanten. Met cameratoezicht wordt immers inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer. Daarom gelden ook bepaalde waarborgen bij het plaatsen van camera’s. Dit mag alleen op basis van een wettelijke grondslag, geldt slechts voor bepaalde duur en de plaats van camera’s moet kenbaar zijn voor burgers.

Is een burger het niet eens met de aanwezigheid van een bepaalde camera dan kan deze het college van burgemeester en wethouders (het college) verzoeken de camera te verwijderen wegens overtreding van de privacywetgeving.

Wil het college verplicht kunnen worden om de camera te verwijderen dan zal derhalve vast moeten komen te staan dat de desbetreffende camera inderdaad de privacywetgeving overtreedt. Voordat een burger echter daar aan toekomt zal deze burger eerst moeten kwalificeren als belanghebbende. Over dat probleem is een interessante en mogelijk richtinggevende uitspraak gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling).

In casu was sprake van een beveiligingscamera op een industrieterrein bij Emmeloord. Betrokkene was regelmatig passant van deze camera die haar auto filmde inclusief haar kenteken. Maar dat maakte nog niet dat sprake was van een belanghebbende. De Afdeling overwoog dat betrokkene niet woont of werkt in het gebied van de camera. Zij is ook niet genoodzaakt duurzaam en op gezette tijden in het gebied te verblijven. Zij heeft derhalve geen bijzonder individueel belang bij haar handhavingsverzoek. Zij onderscheidt zich onvoldoende van andere weggebruikers die de camera passeren.

Op reguliere gronden is betrokkene derhalve geen belanghebbende. De Afdeling gaat vervolgens ook na of het recht op eerbiediging van het privéleven (met name artikel 8 EVRM) niettemin tot aannemen van belanghebbendheid noodzaakt. Daarbij is van belang dat met gegevens als kenteken, merk en type van een voertuig de mogelijkheid bestaat een bepaald persoon te identificeren. Dat er sprake is van persoonsgegevens maakt nog niet dat van inmenging sprake is. Van belang voor de belanghebbendheid is of met de registratie door de camera een inmenging plaatsvindt in de zin van artikel 8 EVRM. Volgens het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (Perry – Verenigd Koninkrijk, ECLI:CE:ECHR:2010:0902JUDOO3562305) dient normaal gebruik  van beveiligingscamera’s op straat een legitiem en voorzienbaar doel dat niet zonder meer leidt tot inmenging in de uitoefening van het recht op privéleven. De door betrokkene ingeroepen bepalingen zoals artikel 8 EVRM noodzaken niet, aldus de Afdeling, tot een ruimere uitleg van artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht.

Op de hoogte blijven?

Ontvang de laatste updates op dit rechtsgebied maandelijks in je inbox.

Misschien ook interessant?

Belanghebbende bij handhaving cameratoezicht?

27 juli 2018 - Het aantal plaatsen waar beveiligingscamera’s hangen neemt toe. Dat kan gunstige gevolgen hebben voor veiligheid, maar ook negatieve voor de…

Belanghebbende bij handhaving cameratoezicht?
Interessant artikel?

De laatste updates rechtstreeks in je inbox.