Alle blogs

De Wnt voor woningcorporaties: hoe zat het ook alweer?

Voor woningcorporaties speelt het arbeidsrecht een belangrijke rol. Onder meer de honorering van topfunctionarissen leidt regelmatig tot vragen. Onjuiste toepassing van de Wet normering topinkomens (‘Wnt’) kan forse gevolgen hebben. Daarom wordt in deze reeks Volkshuisvesting ook aan de Wnt aandacht besteed. In deze bijdrage worden de hoofdpunten van de Wnt uiteengezet.

De Wet normering topinkomens
Op 1 januari 2013 is de Wnt inwerking getreden. Het doel van de Wnt is het tegengaan van bovenmatige beloningen en ontslagvergoedingen bij instellingen in de (semi)publieke sector waaronder woningcorporaties.

In de Wnt worden inkomens en ontslagvergoedingen van topfunctionarissen met een publieke taak genormeerd en openbaar gemaakt.

Topfunctionarissen zijn de personen die behoren tot de groep van hoogst leidinggevenden binnen een rechtspersoon, die leidinggeven aan de gehele rechtspersoon.

Als topfunctionaris wordt dus aangemerkt de bestuurder van een corporatie maar ook een directeur Financiën of directeur P&O van een corporatie als hij of zij tevens lid is van een centraal management- of directieteam dat verantwoordelijk is voor de gehele corporatie.

Regeling sector woningcorporaties: de bezoldiging van een topfunctionaris

De Wnt bepaalt de maximale bezoldiging van een topfunctionaris, die voor 2018 is vastgesteld op 187.000.

Voor woningcorporaties geldt een aparte sectorale regeling: de regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen toegelaten instellingen volkshuisvesting 2014 (‘regeling sector woningcorporaties’).

Op grond van deze regeling is de maximale bezoldiging van een topfunctionaris afhankelijk van de klasse waarin de corporatie is ingedeeld.

De regeling kent acht klassen, klasse A tot en met H. In welke klasse de corporatie wordt ingedeeld is afhankelijk van (I) het aantal verhuureenheden, zowel in eigendom als beheer en (II) het aantal inwoners in de gemeente.

Het aantal verhuureenheden wordt bepaald op grond van de gegevens in bijlage 3 bij de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting.

Als peildatum voor het aantal verhuureenheden geldt 31 december van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarin het bezoldigingsmaximum van toepassing is. Indien een fusie heeft plaatsgevonden tussen toegelaten instellingen, wordt voor de bepaling van het aantal verhuureenheden het aantal verhuureenheden dat de gefuseerde toegelaten instellingen op de peildatum in eigendom of beheer hadden bij elkaar opgeteld.

Bij het bepalen van het aantal inwoners wordt gekeken naar de grootste gemeente waarin de corporatie op de peildatum minimaal 20% van haar verhuureenheden in eigendom of beheer had. Indien een toegelaten instelling op de peildatum niet minimaal 20% van haar verhuureenheden in een gemeente in eigendom of beheer had, wordt gekeken naar het aantal inwoners van de gemeente waar de toelaten instelling op de peildatum het grootste deel van haar verhuureenheden in eigendom of beheer had.

Voor de bepaling van het aantal inwoners van een gemeente wordt uitgegaan van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers op 1 januari van het eerste jaar voorafgaand aan het jaar waarin het bezoldigingsmaximum, bedoeld als bedoeld in artikel van de regeling sector woningcorporaties van toepassing is.

De beloning van commissarissen en de beroepsregel

De Wnt bepaalt naast de bezoldiging van een topfunctionaris, ook de maximale bezoldiging van de leden van de Raad van Commissarissen (‘RvC’).

Het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum voor de voorzitter van de RvC bedraagt 15% van het voor de betreffende corporatie geldende bezoldigingsmaximum. Het percentage voor de overige leden bedraagt 10% van het toepasselijke bezoldigingsmaximum.

De Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (‘VTW’) hanteert een afwijkende regel: de Beroepsregel Beloning Commissarissen.

In deze regeling is in afwijking van de hiervoor genoemde percentages vastgelegd dat de voorzitter van de RvC maximaal 11,55% van een bestuurderssalaris mag ontvangen en de overige leden 7,7%.

VTW-leden zijn verplicht om zich aan deze percentages te houden.

Dit betekent dat voor woningcorporaties de volgende bezoldigingsmaxima gelden:

Klasse Toepasselijk bezoldigingsmaximum Voorzitter RvC (15%) Beroepsregel

(11,55%)

Leden RvC (10%) Beroepsregel

(7,7%)

A 87.000 13.050 10.050 8.700 6.700
B 98.000 14.700 11.350 9.800 7.550
C 110.000 16.500 12.650 11.000 8.450
D 118.000 17.700 13.600 11.800 9.100
E 137.000 20.550 15.750 13.700 10.500
F 156.000 23.400 18.000 15.600 12.000
G 176.000 26.400 20.250 17.600 13.500
H 187.000 28.050 22.450 18.700 15.000

 

Voor elke corporatie zal per geval de hoogte van de bezoldiging moeten worden vastgesteld.

Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband

Op grond van de Wnt geldt dat partijen geen ontslagvergoeding mogen overeenkomen die meer bedraagt dan de bezoldiging over de twaalf maanden voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband met een maximum van EUR 75.000. Dit geldt zowel bij vrijwillig als onvrijwillig ontslag. Uitkeringen die voortvloeien uit de wet of cao worden niet tot het maximum van EUR 75.000 gerekend.

Dit laatste geldt voor de transitievergoeding. Een werkgever is een transitievergoeding aan een werknemer verschuldigd indien het dienstverband ten minste twee jaar heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst eindigt door opzegging of ontbinding.

Als een bestuurder 25 jaar werkt bij een corporatie met een salaris van EUR 176.000 per jaar dan is zijn transitievergoeding een jaarsalaris en dus hoger dan de vergoeding die op grond van de Wnt maximaal overeengekomen mag worden. Langs deze weg kan bij ontslag dus een hogere vergoeding worden betaald dan EUR 75.000.

Indien een vergoeding wordt betaald die hoger is dan het maximum op grond van de Wnt dan moet het teveel betaalde worden terugbetaald.

Oppassen met de Wnt

Met de juiste informatie kan de Wnt goed worden toegepast, maar de praktijk leert dat er diverse vragen kunnen rijzen. Zo is het niet altijd even duidelijk wie precies als topfunctionaris wordt aangemerkt, of dit het voltallige MT is of niet, of rijzen er vragen over de rol van emolumenten bij het berekenen van de bezoldiging en ontslagvergoeding. Het op juiste wijze vastleggen van de gemaakte afspraken levert in de praktijk ook de nodige hobbels op.

Het is aan te raden hier goed op te letten en zo nodig advies in te winnen. De Wnt gaat uit van een openbaarmakingsplicht, en diverse instanties (zoals de accountant) moeten uit zichzelf of desgevraagd informatie aan de verantwoordelijke minister leveren. Die minister kan bij niet-naleving van de Wnt dwangsommen opleggen, te veel betaalde bedragen opeisen en tot openbaarmaking besluiten. Het is dus ‘oppassen geblazen’ met de Wnt.

Tot slot

De Wnt heeft zijn doel bereikt: hogere bezoldigingen of ontslagvergoedingen dan is toegestaan op grond van de Wnt zijn niet langer mogelijk. Waar in het verleden in corporatieland hoge ontslagvergoedingen werden betaald is dit met de Wnt dus verleden tijd. De praktijk leidt echter regelmatig tot vragen. Het advies is besluiten over honorering en ontslagvergoedingen goed af te meten aan de maatstaven uit de Wnt en daar bij twijfel advies over in te winnen.

Dymphy Schuurman, specialist arbeidsrecht in onder meer de semipublieke sector. Voor vragen kunt u haar bereiken via onderstaande gegevens.

Op de hoogte blijven?

Ontvang de laatste updates op dit rechtsgebied maandelijks in je inbox.

Misschien ook interessant?

De Wnt voor woningcorporaties: hoe zat het ook alweer?

16 mei 2018 - Voor woningcorporaties speelt het arbeidsrecht een belangrijke rol. Onder meer de honorering van topfunctionarissen leidt regelmatig tot vragen. Onjuiste toepassing…

De Wnt voor woningcorporaties: hoe zat het ook alweer?

WNT-3 aan de wilgen gehangen?

6 december 2017 - Op 1 januari 2013 is de Wet Normering Topinkomens in werking (WNT) getreden. Doel van de WNT is het tegengaan…

WNT-3 aan de wilgen gehangen?
Interessant artikel?

De laatste updates rechtstreeks in je inbox.