Alle blogs

De persoonlijke levenssfeer van ambtenaren voldoende beschermd?

Veel verzoeken om informatie bij de overheid hebben betrekking op documenten waarin ook persoonsgegevens zijn opgenomen of andere informatie waarbij de persoonlijke levenssfeer in het geding is. Niet in de laatste plaats kan het daarbij gaan om de persoonlijke levenssfeer van ambtenaren. De vraag is of die levenssfeer voldoende beschermd is door de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Als een Wob-verzoek doelt treft – er vallen documenten onder het verzoek – dan moet de overheid die documenten beoordelen op hun inhoud. Daarbij dringt de vraag zich op of er belangen spelen die aan openbaarmaking in de weg staan. Die belangen zijn niet vrijelijk interpreteerbaar door die overheid. De Wob geeft namelijk een limitatieve lijst van belangen die kunnen leiden tot geheimhouding. In artikel 10 zijn uitzonderingsgronden opgenomen, in artikel 11 beperkingen. Voor dit blog pik ik een uitzonderingsgrond uit de lijst, die van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen (artikel 10, lid 2 onder e). In de Wob wordt in de regeling van de uitzonderingsgronden erkend dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de weg kan staan aan openbaarmaking van informatie door bestuursorganen. Een burger of andere betrokkene moet erop kunnen vertrouwen dat privacygevoelige gegevens die hij aan de overheid verstrekt (of die uit andere hoofde bij de overheid berusten), niet zonder meer openbaar worden gemaakt. Daarvoor moet zijn belang bij geheimhouding door het betrokken bestuursorgaan worden afgewogen tegen het publieke belang van openbaarheid.

Ambtenaren en persoonlijke levenssfeer?

Veelal worden ambtenaren natuurlijk genoemd in documenten bij de overheid. De vraag speelt dan ook regelmatig of die nu ook een persoonlijke levenssfeer hebben die beschermd moet worden, of dat dit beroepsmatige optreden zodanig is, dat van enig gerechtvaardigd beroep op die bescherming geen sprake kan zijn.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is daar in de regel helder over:

Waar het, zoals in dit geval, het beroepshalve functioneren betreft, kan slechts in beperkte mate een beroep worden gedaan op het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (bijvoorbeeld de uitspraak van 18 juli 2007 in zaak nr. 200608032/1) ligt dat anders indien het betreft het openbaar maken van namen. Namen zijn persoonsgegevens en het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer kan zich tegen openbaarmaking daarvan verzetten. Uit deze rechtspraak kan echter niet worden afgeleid dat namen nimmer openbaar hoeven te worden gemaakt. Het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer dient per geval te worden afgewogen tegen het belang van de openbaarmaking. Bij die afweging dient het uitgangspunt van de Wob – openbaarheid is regel – zwaar te wegen. Daarnaast speelt bij deze afweging de functie van de betrokkene een rol.

Het beroepshalve functioneren maakt derhalve dat een beperkt beroep op deze bescherming kan worden gedaan. Toch sluit dit ook niet uit, dat sprake kan zijn van een persoonlijke levenssfeer die bescherming behoeft.

Namen beschermd, tenzij…

Hieruit volgt ook dat de namen persoonsgegevens zijn die bescherming behoeven, maar niet onverkort. Vooral de functie van de betrokkene lijkt van cruciaal belang bij de vraag of bescherming gerechtvaardigd is. Zo zijn gevallen bekend dat personen zich toch al naar buiten toe bekend maken, zodat bescherming van de levenssfeer niet meer aan de orde kan zijn:

In dit geval betreft het verslagen van overlegvergaderingen tussen de bestuurder en de ondernemingsraad. Zowel de bestuurder als de leden van de ondernemingsraad presenteren zich uit hoofde van hun functie in zekere mate in de openbaarheid. Zo worden zij met naam genoemd in op de website van VGGM gepubliceerde (jaar)verslagen. Bovendien is de informatie in de door [appellant] verzochte verslagen van overlegvergaderingen feitelijk van aard en geeft deze niet de mening weer van de betrokken personen. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het dagelijks bestuur onder deze omstandigheden het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in redelijkheid niet zwaarder kunnen laten wegen dan het belang van de openbaarheid.

Zo wordt ook bij functies die naar hun aard al gericht zijn op het naar buiten treden, minder bescherming geboden. Denk hierbij aan de burgemeester, communicatiemedewerkers of een officier van justitie. Dit wordt weer anders als de betrokken functionarissen wellicht een functie hebben als voorlichter,  maar waarbij het vooral om interne voorlichting gaat. Een ambtenaar kan sowieso geen beroep doen op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer als hij op grond van een mandaat bevoegd is om besluiten te ondertekenen en dit ook daadwerkelijk doet.

Andere informatie; bonussen, gratificaties en vertrekregelingen

Naast namen kunnen natuurlijk ook andere gegevens interessant zijn om op te vragen waarbij de persoonlijke levenssfeer een rol speelt. De rechtspraak leert dat dit vooral op het terrein van de ‘arbeidsomstandigheden’ van de ambtenaar het geval is. Hoewel rechtspositionele aspecten van het functioneren van overheidspersoneel in beginsel niet openbaar waren, is niettemin in de rechtspraak erkend dat informatie aangaande de rechtspositie van individuele ambtenaren onder omstandigheden toch met een beroep op de Wob kan worden verkregen. Dat is het geval wanneer de gevraagde documenten betrekking hebben op het beleid van een bestuursorgaan ten aanzien van bepaalde rechtspositionele aspecten, zoals het beleid inzake extra beloningen of promoties.

Met name dus informatie over toegekende gratificaties en bonussen worden zodoende openbaar. Namen mogen dan worden weggelaten. Gedachte hierbij is dat beslissingen van het bestuursorgaan ten aanzien van individuele gevallen inzicht kunnen geven in de wijze waarop het beleid wordt toegepast; in dat geval kan de privacy van ambtenaren ondergeschikt zijn aan het publieke belang van openbaarheid.

Bij meer gevoelige kwesties lijkt de Raad van State nog eerder geneigd tot het oordeel dat de persoonlijke levenssfeer minder belang toekomt. Zo acht zij vertrekregelingen naar hun aard als voer voor maatschappelijke discussie zodat de inhoud daarvan eerder openbaar moet worden:

Hij betoogt evenwel terecht dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand heeft gelaten, voor zover daarbij is geweigerd de relatieve hoogte van de ontslaguitkering en de periode dat die zal worden verstrekt, vervat in punt 3, onder c, d en e, de regeling over het pensioen van de voormalig ambtenaar, vervat in punt 4, de wijze waarop inkomsten uit arbeid of bedrijf op de uitkering in mindering worden gebracht, vervat in punt 6, onder a, tweede tot en met vijfde regel, en punt b, eerste tot en met derde regel, en de ziektekostenregeling, vervat in punt 8, openbaar te maken.

Voor dit oordeel is van belang dat vertrekregelingen regelmatig tot een maatschappelijke discussie leiden. Het belang van openbaarmaking van dergelijke regelingen is daarom groot. Voorts is van belang dat in voornoemde passages geen concrete bedragen zijn genoemd, met uitzondering van de bedragen vermeld in punt 3, onder e, en uit die passages andere concrete bedragen ook niet zijn af te leiden. SVHW heeft niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze met die gegevens in combinatie met andere reeds openbare gegevens concrete bedragen kunnen worden vastgesteld, zoals het wel heeft betoogd.

Kortom,de ambtenaar komt enige bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer toe, maar deze is beperkter als de informatie ziet op zijn beroepsmatig functioneren. Komt de ambtenaar weg met een mooie regeling, dan kan hij meer transparantie verwachten.

Op de hoogte blijven?

Ontvang de laatste updates op dit rechtsgebied maandelijks in je inbox.

Misschien ook interessant?

WhatsApp en sms-berichten zijn te Wobben

8 april 2019 - Het kan u niet zijn ontgaan, op 20 maart deed de Raad van State een belangrijke uitspraak voor bestuurlijk Nederland;…

WhatsApp en sms-berichten zijn te Wobben

Aansprakelijkheid voor principebesluiten

9 juli 2019 - Bij iedere gemeente is het mogelijk een principeverzoek in te dienen. Een principeverzoek is feitelijk niets meer dan een concept-vergunningaanvraag.…

Aansprakelijkheid voor principebesluiten
Interessant artikel?

De laatste updates rechtstreeks in je inbox.