Alle blogs

Schaarse subsidies; het einde van langdurige subsidierelaties en de mogelijkheid van nadeelcompensatie

Het onderwerp verdelen van schaarse rechten is ook actueel bij het verdelen van schaarse subsidies. Is sprake van een dergelijke subsidie dan dient een transparante procedure te worden gevolgd. De aandacht voor de verdeling van schaarse rechten leidt onmiskenbaar tot het inzicht dat de wijze van subsidieverlening in het verleden wellicht moet veranderen. Dat kan het einde van langdurige subsidierelaties betekenen. In dat verband spelen enkele belangrijke aspecten die in ogenschouw genomen moeten worden.

Schaarse subsidie?

Van schaarse subsidies is al sprake als de geldpot van een maximum is voorzien, ongeacht of de vraag naar die subsidies (mogelijk) kleiner is dan het aanbod (zie deze uitspraak over ligplaatsvergunningen). Veelal spreken we dan van een subsidieplafond. Daarvoor geeft de Algemene wet bestuursrecht specifieke regels. Belangrijke gegeven is dat zo’n plafond moet zijn gebaseerd op een specifieke wettelijke regel (zoals de verordening) en ook als plafond moet zijn ingesteld.

De rechtspraak over schaarse rechten maakt evenwel dat niet kan worden uitgesloten dat ook bij andere subsidies – waarbij uiteindelijk de pot van te verlenen middelen beperkt is – ook als schaars kunnen worden aangemerkt.

Het verdelende bestuursorgaan doet er dan ook goed aan oog te hebben voor de eisen die gelden bij het verdelen van schaarse rechten. Duidelijk moet worden wanneer een aanvraag kan worden ingediend, wat dan moet worden ingediend en wat de andere verdeelregels zijn. Is bepalend dat vooral snel een aanvraag wordt ingediend (want geldt wie het eerst komt, die het eerst maalt) of wordt meer naar de inhoud van het plan of project gekeken (een ‘beauty contest’).

Over de mate van concreetheid van de regels geeft de rechtspraak de nodige ruimte. Hierbij kan het verdelende bestuursorgaan dus ruimte laten aan ‘de markt’ om te komen met eigen ideeën en innovaties. Dit heeft als voordeel dat partijen met kennis van zaken met ‘het beste’ idee komen. Bovendien geeft dit het verdelende bestuursorgaan de ruimte om bij de besluitvorming alsdan ontstane inzichten mee te nemen bij de beoordeling.

Einde subsidierelatie

Het inzicht dat al langer bestaande subsidierelaties wellicht worden doorkruist door de eisen die gelden bij het verdelen van schaarse rechten, maakt dat prudent moet worden omgegaan met het beëindigen van die relaties. De Algemene wet bestuursrecht geeft daarvoor ook een kader waaruit volgt dat een redelijke termijn in acht genomen moet worden. Die termijn begint met de aankondiging dat het einde in zicht is. Die mededeling is een besluit waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld, ook al gebeurt dit soms via een simpele brief (zie bijvoorbeeld deze uitspraak over de bekostiging van het primair onderwijs door een gemeente).

Onderwerp zal onder andere zijn of er wel aanleiding is voor een einde van de relatie. De wet vraagt dan om veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten. Het inzicht dat sprake is van schaarse rechten zodat een transparante verdeling is vereist, lijkt al snel voldoende om tot een dergelijke stelselwijziging te komen.

Een ander thema is natuurlijk of wel een redelijke termijn is gegund. De parlementaire geschiedenis bij de wet vraagt om rekening te houden met de verplichtingen van de subsidieontvanger. De praktijk leert evenwel dat een zekere periode waarbij gemotiveerd kan worden dat daarmee voldoende tijd geboden is, ook volstaat. In de al genoemde uitspraak over het primair onderwijs wordt bijvoorbeeld een systeem van een afbouw in drie jaar met steeds 33% akkoord bevonden.

Nadeelcompensatie

Hoewel het kader van het afbouwen met een redelijke termijn een zachte landing veronderstelt geeft recente rechtspraak ook inzicht in een aanvullende mogelijkheid om tot een zekere compensatie van geleden nadeel te komen.

We spreken van nadeelcompensatie waarbij erkend is dat het égalité-beginsel een grondslag kan bieden voor toekenning van nadeelcompensatie in niet door de wetgever geregelde gevallen. Het genoemde artikel 4:51, zo is de redenering van de Raad van State, zegt wel iets over het gunnen van een redelijke termijn, maar zegt niets over de vergoeding van schade die samenhangt met het einde van de relatie.

Dat betekent dat, hoewel wellicht het besluit tot beëindiging van de subsidierelatie rechtmatig is gebleken (het besluit in dat kader is komen vast te staan, al dan niet na bezwaar en beroep), een en ander onverlet laat dat sprake kan zijn van schade die in aanmerking kan komen voor een vergoeding.

Alsdan spelen de vereisten die horen bij een verzoek om nadeelcompensatie, waarbij allereerst de vraag is of sprake is van schade die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico. Bij subsidierelaties speelt dan al snel dat de ontvanger rekening moet houden met het feit dat zo’n relatie kan worden beëindigd. Alles wat langer doorloopt dat de gegunde redelijke termijn, behoort dan al snel tot het normale maatschappelijke risico. Veel wordt in dat kader ook gevraagd van de risico-inschatting die de subsidieontvanger moet verrichten bij het inrichten van de eigen bedrijfsvoering.

Op de hoogte blijven?

Ontvang de laatste updates op dit rechtsgebied maandelijks in je inbox.

Misschien ook interessant?

Een dreiging van geweld is straks voldoende voor een woningsluiting

26 november 2019 - Op burgemeesters rust de taak de openbare orde te handhaven. Op 18 november jl. is een wetsvoorstel gepubliceerd dat de sluitingsbevoegdheid…

Een dreiging van geweld is straks voldoende voor een woningsluiting

Maatregelenpakket stikstofcrisis: gaat het werken?

14 november 2019 - Gisteren heeft het kabinet in een persconferentie en een kamerbrief het maatregelenpakket bekendgemaakt waarmee het de stikstofcrisis wil aanpakken op…

Maatregelenpakket stikstofcrisis: gaat het werken?
Interessant artikel?

De laatste updates rechtstreeks in je inbox.