Alle blogs

Weg met de Wob, op naar de Woo?!

Al enige tijd lag een wetsvoorstel ter behandeling voor in de Tweede Kamer waarmee de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) zou moeten worden vervangen. Die nieuwe wet over openbaarheid van overheidsinformatie, de Wet open overheid (Woo), was niet ingediend door een of meer ministers, maar door Kamerleden; een zogeheten initiatief-wetsvoorstel. Uiteindelijk werd op 19 april jl. het voorstel aangenomen, alleen de VVD en het CDA stemden tegen. Hoewel het nog geen vanzelfsprekendheid is dat de Eerste Kamer zal instemmen met dit voorstel en datum van inwerkingtreding (dus) ook nog niet bekend is, is het goed de belangrijkste wijzigingen kort te bespreken. Hierbij wordt uitgegaan van de tekst van de Woo zoals aangenomen door de Tweede Kamer.

Voor wie geldt de Woo

Net als bij de Wob is het uitgangspunt dat transparantie voorop staat en dat een ieder om informatie kan verzoeken. Informatie van de overheid is immers, zo volgt ook uit de Woo en de parlementaire geschiedenis, van groot belang voor de democratische rechtsstaat. Particulieren, bedrijven, journalisten en belangenorganisaties moeten de overheid kunnen controleren.

Nieuw daarbij is onder andere dat die controle een groter bereik krijgt dan onder de Wob. Is de Wob alleen van toepassing op bestuursorganen, zie ook uitgebreid dit blog, de Woo regelt ook dat de Staten-Generaal, de Raad voor de Rechtspraak,  de Raad van State, de Nationale ombudsman en de besturen van de VNG en het IPO geconfronteerd kunnen worden met ‘Woo-verzoeken’ (verzoeken om informatie op grond van de Woo). Ook bepaalde privaatrechtelijke rechtspersonen, met een zeker ‘overheidsgehalte’ (bijv. wettelijk taak, publiek belang, EUR 100.000,– bekostiging uit algemene middelen, voor 50% of meer aandelen in handen van de overheid) kunnen onder de reikwijdte van de Woo vallen. Daarvoor is nog wel een aanwijzing nodig via een Algemene Maatregel van Bestuur. Daarin moet dan ook duidelijk worden gemaakt op welke informatie een verzoek dan kan zien. Een amendement om de reikwijdte weer terug te brengen tot die van de Wob, heeft het niet gehaald.

Elektronisch, tenzij

Een van de kritiekpunten op de Wob is dat deze gedateerd is. De Woo gaat dan ook uit van openbaarmaking in elektronische vorm, om de ‘hipheid’ ervan maar te onderstrepen. Hoewel de Wob dit ook mogelijk maakt, vormt het daarbij geen uitgangspunt. Overigens laat de Woo wel toe dat van dit uitgangspunt wordt afgeweken.

Openbaarmaking door de overheid zelf

Daar waar de Wob pas in artikel 8 toekomt aan actieve openbaarmaking – openbaarmaking uit eigen beweging – bespreekt de Woo dit eerder, in hoofdstuk 3. Daarmee wordt onderstreept dat actief en uit zichzelf handelen door de overheid een uitgangspunt moet zijn. De Woo kent een lange lijst van informatie die in ieder geval uit eigen beweging openbaar gemaakt moet worden. Een lange lijst met mogelijk verstrekkende gevolgen, vooral waar het ziet op:

  • vergaderstukken en verslagen, agenda’s, besluiten en besluitenlijsten van bijvoorbeeld de Tweede Kamer of de gemeenteraad;
  • documenten inzake de voorgenomen uitvoering van de taak of verantwoording over die uitvoering;
  • beslissingen over uitgaven hoger dan EUR 250.000,–;
  • alle beschikkingen, enkele uitgezonderd;
  • convenanten en andere afspraken tussen overheden en een of meer wederpartijen.

Dit alles wel tenzij de belangen die aan openbaarmaking in de weg staan, die sowieso beoordeeld moeten worden bij verzoeken om informatie (waarover hierna meer). Dit zijn de belangen zoals de veiligheid van de Staat, de vertrouwelijke bedrijfsgegevens of de privacy van personen. Een aanzienlijk lastenverzwaring voor overheden die dus ten aanzien van een groot aantal documenten moeten beoordelen welke (onderdelen van die) documenten openbaar gemaakt moeten worden. Ook een vergroting van de kans op juridische procedures nu deze openbaarmaking via een besluit zal gebeuren, waartegen bezwaar en beroep mogelijk is.

Ook gaat de Woo uit van bijzondere belangen (openbare veiligheid, volksgezondheid en milieu) waarin juist een grondslag kan zijn gelegen voor actieve openbaarmaking. De begroting dient voorts een openbaarheidsparagraaf te kennen.

Daarnaast vormt een op te stellen registeren van bij het bestuursorgaan berustende documenten, vooral een grote verandering ten opzichte van de Wob. Een grote verandering met mogelijk grote organisatorische en financiële gevolgen voor overheden. De precieze eisen die aan het register worden gesteld, zijn nog niet bekend. De Minister wordt opgedragen regels daarover op te stellen. Zolang er geen register is, dient in de al genoemde openbaarheidsparagraaf in de begroting te worden aangegeven wat de voortgang is wat betreft de invoering van het register.

Met dit register, dat in andere landen ook wel wordt gebruikt, wordt het Nederlandse stelsel een soort mengvorm van een documentenstelsel (verzoeker vraagt om specifieke documenten, op basis van een register) en een informatiestelsel (verzoeker vraagt om informatie, de overheid zoekt daar in de archieven de bijbehorende documenten bij), daar waar onder de Wob sec sprake is van een informatiestelsel.

Openbaarmaking op verzoek

Waar de meeste procedures inzake de Wob over gaan, zijn de bezwaren die de verzoeker om informatie heeft tegen besluiten naar aanleiding van zo’n verzoek. Dit gaat over de zogeheten passieve openbaarmaking; die vorm waarbij de overheid pas gaat nadenken over openbaarmaking van informatie nadat daarom is verzocht.

Ook onder de Woo geldt dat een ieder de informatie kan vragen en dat een belang bij die informatie niet hoeft te worden aangetoond. De overheid moet de verzoeker behulpzaam zijn, eventueel verzoeken om informatie doorzenden als duidelijk is dat verzoeker aan het verkeerde adres is en binnen vier weken beslissen. Die termijn mag met twee weken worden verdaagd (dat is nu onder de Wob vier weken). Nieuw is dat die twee weken verdaging enkel aan de orde is, indien de omvang of gecompliceerdheid van de informatie (dus niet het verzoek) dat rechtvaardigt.

Volgt een besluit dan kan bezwaar worden gemaakt. Volgt daarbij tevens een verzoek om een voorlopige voorziening, dan hoeft de voorzieningenrechter het besluit niet te schorsen, dat volgt al rechtstreeks uit de Woo. Dat is een nuttige en praktische wijziging, onder de Wob moet de rechter dit nog expliciet bepalen.

De redenen om in dat besluit informatie niet openbaar te maken zijn op hoofdlijnen gelijk aan die van de Wob. De uitzonderingsgronden als de persoonlijke levenssfeer, de internationale betrekkingen van Nederland, de veiligheid van de Staat en bedrijfs- en fabricagegegevens zijn nog altijd redenen om informatie niet te verstrekken. Wat die laatste reden betreft is wel van belang dat dit niet meer als absolute weigeringsgrond geldt. Bedrijfs- en fabricagegegevens, concurrentiegevoelige informatie, is dus niet meer vanzelfsprekend geheim (en dus in veilige handen bij de overheid). Er dient altijd een afweging plaats te vinden tussen het algemene belang van openbaarheid en het belang dat een onderneming heeft bij het beschermen van dit soort informatie.

Nieuw is dat de bescherming van het milieu en de beveiliging van personen en bedrijven een reden kan zijn voor het weigeren om informatie openbaar te maken. Alleen bij hoge uitzondering kan de onevenredige benadeling nog een reden vormen voor geheimhouding. Anders dan onder de Wob kan die grond nooit subsidiair worden opgeworpen; dus nooit in combinatie met een andere weigeringsgrond. Persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren en anderen die bij het intern beraad betrokken zijn, blijven in beginsel net als onder de Wob ook geheim.

Nieuw is ook dat ten aanzien van informatie ouder dan vijf jaar een zwaardere motivering wordt geëist als men die toch niet openbaar wil maken. Bijzondere manieren van openbaarmaking – indien het informatie van of over de verzoeker betreft, openbaarmaking ten behoeve van onderzoek of vanwege een klemmende reden – zijn nuttige wijzigingen ten opzichte van dat wat op dit moment onder de Wob mogelijk is.

Antimisbruik

Nieuw is de antimisbruikbepaling van artikel 4.6. Daar wordt al lang om gevraagd door bestuurlijk Nederland, al lijkt dat niet meer nodig na alle jurisprudentie op dat vlak. Zeker niet na de uitspraken van 17 februari waarover een uitgebreid blog verscheen. Deze bepaling regelt evenwel dat, indien blijkt dat verzoeker niet als doel heeft publieke informatie te verkrijgen, de overheid kan overgaan tot het niet behandelen van het verzoek. In dit kader is ook de loskoppeling met de regels in de Algemene wet bestuursrecht, dat niet tijdig besluiten een dwangsom oplevert voor de overheid, van belang.

De ervaring leert echter dat dit in de praktijk al nagenoeg niet meer tot problemen leidt. De financiële prikkel voor ‘misbruik’ is nu vaak gelegen in het opstrijken van een proceskostenvergoeding. Daar vormt de regeling van de Woo nog geen oplossing voor.

Weg met de Wob?

Het moment waarop de Woo tot wet wordt verheven is nog niet bekend. De wet is nu in behandeling bij de Eerste Kamer. De lobby zal nog flink worden opgevoerd om – al of niet terecht – de Eerste Kamer leden te overtuigen van de onwerkbaarheid van de Woo. Dat niet iedereen daar zo van gecharmeerd is, is inmiddels duidelijk na de nodige raadsvragen in de verschillende gemeenten over het handelen van de VNG.

Hoe dat ook zij, bij dit soort majeure wetswijzigingen die het gehele openbaar bestuur raken, valt niet uit te sluiten dat de Eerste Kamer fundamentele vragen zal stellen die niet vanzelfsprekend gemakkelijk beantwoord zullen worden. Of de Eerste Kamer dus akkoord zal gaan, is maar de vraag. Het zal dus nog spannend zijn of we echt van de Wob af zijn.

Gelukkig functioneert die wet best naar behoren en leidt toepassing ervan regelmatig tot openbaarmaking van interessante informatie, zoals recent nog over de afspraken tussen de regering en Shell en Exxon over de gaswinning in Groningen.  Dergelijke voorbeelden ten spijt, kritiek op de Wob vindt vooral een basis in de bestuurscultuur die nogal eens uitgaat van ‘better secret than sorry’. Of de Woo daar nu ook echt iets aan zal veranderen, is zeer de vraag.

Op de hoogte blijven?

Ontvang de laatste updates op dit rechtsgebied maandelijks in je inbox.

Misschien ook interessant?

WhatsApp en sms-berichten zijn te Wobben

8 april 2019 - Het kan u niet zijn ontgaan, op 20 maart deed de Raad van State een belangrijke uitspraak voor bestuurlijk Nederland;…

WhatsApp en sms-berichten zijn te Wobben

Onteigening agrarische bedrijven vanwege stikstof: goed idee of niet?

1 oktober 2019 - Het Adviescollege Stikstofproblematiek (beter bekend als de commissie Remkes) adviseert onder meer agrarische bedrijven met relatief hoge emissies of verouderde…

Onteigening agrarische bedrijven vanwege stikstof: goed idee of niet?
Interessant artikel?

De laatste updates rechtstreeks in je inbox.