null

Werkgevers opgelet: oordeel bedrijfsarts voortaan leidend 

Minister Koolmees heeft op 1 oktober jl. een wetsvoorstel ingediend, waarin geregeld wordt dat het oordeel van de bedrijfsarts voortaan leidend is bij de zogenaamde ‘RIV-toets’ na 104 weken arbeidsongeschiktheid.

De RIV-toets

Werkgevers zijn verplicht om aan zieke werknemers minimaal 70% van het loon door te betalen gedurende een periode van 104 weken. Daarnaast hebben werkgevers en hun zieke werknemers re-integratieverplichtingen om werknemers terug te laten keren in het arbeidsproces (deze verplichtingen vloeien grotendeels voort uit de Wet Verbetering Poortwachter). Werkgevers zijn verplicht zich hierbij te laten bijstaan door een arbodienst of bedrijfsarts. Nadat de werknemer bijna twee jaar arbeidsongeschikt is, kan de werknemer een aanvraag voor een WIA-uitkering indienen. Het UWV beoordeelt vervolgens of de werkgever en werknemer samen voldoende re-integratie-inspanningen hebben verricht (de zogenaamde ‘RIV-toets’).

Medisch verschil van inzicht

Indien het UWV oordeelt dat er onvoldoende inspanningen zijn verricht, kan het UWV de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever met een jaar verlengen (de zogeheten loonsanctie). Dit oordeel kan zelfs volgen nadat alle adviezen van de bedrijfsarts door de werkgever zijn opgevolgd. De reden hiervoor is dat het UWV de beperkingen en inzetbaarheid van de werknemer zelfstandig (door een verzekeringsarts) toetst. Zo komt het voor dat de verzekeringsarts van het UWV tot het oordeel komt dat de werknemer meer uren kon werken, terwijl de bedrijfsarts een lagere ureninschatting heeft gegeven. Uit onderzoek blijkt dat het zelfs veelvuldig voorkomt dat de oordelen van de verzekeringsarts van het UWV en de bedrijfsarts tegenstrijdig zijn. De gevolgen van deze tegenstrijdigheden kunnen zijn dat het UWV oordeelt dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en de werkgever een loonsanctie opgelegd krijgt. Veel werkgevers ervaren dit als onrechtvaardig; zij hebben zich immers toch door een deskundige laten bijstaan wiens adviezen zij keurig hebben opgevolgd? Gelukkig biedt het wetsvoorstel de werkgever uitkomst.

Wetsvoorstel

Het wetsvoorstel tracht de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever makkelijker, duidelijker en goedkoper te maken. Het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer zal voortaan leidend zijn bij de RIV-toets door het UWV. De verzekeringsarts zal dit oordeel voortaan niet langer beoordelen, wat meer zekerheid geeft aan werkgevers. De maatregel heeft als gevolg dat de RIV-toets slechts zal berusten op een arbeidsdeskundige beoordeling van het re-integratieverslag. De arbeidsdeskundige van het UWV beoordeelt of werkgever en werknemer de re-integratie-inspanningen hebben gepleegd die passend zijn bij het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer.

De mogelijkheid voor werkgevers en werknemers om tijdens de 104-weken periode een deskundigenoordeel aan te vragen bij het UWV blijft overigens bestaan. Ook de mogelijkheid voor de werknemer die het niet eens is met het advies van de bedrijfsarts over zijn belastbaarheid een second opinion te vragen bij een andere bedrijfsarts, blijft bestaan.

Het UWV kan nog steeds een loonsanctie opleggen, echter zal dit niet meer gebaseerd zijn op basis van een medisch verschil van inzicht tussen de verzekeringsarts en de bedrijfsarts, hetgeen veel werkgevers zullen toejuichen. Immers, dit neemt veel onzekerheid weg bij werkgevers en zorgt er uiteindelijk voor dat minder snel een loonsanctie wordt opgelegd. Het is de bedoeling dat de wet uiterlijk per 1 september 2021 in werking treedt.

Heeft u vragen over het voorgaande? Neem dan contact op met een van onze arbeidsrechtspecialisten.