Alle blogs

Wel of geen dwangsom bij een niet-tijdig Wob-besluit

Per 1 oktober 2016 is de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) gewijzigd. Belangrijke wijziging vormt het loskoppelen van de Wob met de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor kan geen dwangsom meer worden geïncasseerd door de verzoeker die te lang moet wachten op een reactie op zijn verzoek om informatie op grond van de Wob. Bij nieuwe wetten is het altijd opletten wanneer ze in werking treden en hoe dat uitpakt in bestaande situaties. Vandaag maakt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) duidelijk hoe dat zit met deze wijziging van de Wob.

Aanleiding en werking van de wetswijziging

Aanleiding voor de wetswijziging per 1 oktober 2016 vormde het al veel op deze website besproken Wob-misbruik. Dat misbruik bestond er kort en goed uit dat personen de makkelijke weg van de Wob gebruikten om overheden te dwingen tot het nemen van besluiten. Veelal werd dat niet tijdig gedaan. Daardoor kon men die overheid in gebreke stellen. Leidde dat nog altijd niet (op tijd) tot een besluit dan volgde een dwangsom van maximaal EUR 1260,–. Bepaalde personen en juridisch adviseurs konden er goed van leven.

Door het loskoppelen van de Wob van paragraaf 4.1.3.2 van de Awb via artikel 15 van de Wob kan het niet-tijdig beslissen na een Wob-verzoek niet meer leiden tot een dwangsom. De paragraaf van de Awb is dus niet meer van toepassing op besluiten op grond van de Wob en op beslissingen op bezwaar tegen deze besluiten.

Overgangsrecht

Zoals gezegd trad de wetswijziging per 1 oktober 2016 in werking. De wetgever maakte duidelijk dat onmiddellijke werking werd beoogd. In de toelichting werd duidelijk gemaakt dat dit betekent dat voor Wob-verzoeken die zijn ingediend en waarvan de reactietermijn is overschreden zonder dat het bestuursorgaan een ingebrekestelling heeft ontvangen op de datum van inwerkingtreding, de nieuwe regels van toepassing zullen zijn en er dus geen dwangsom meer kan worden verbeurd.

Geen misbruik, toch geen dwangsom

In de uitspraak van 17 oktober 2018 maakt de Afdeling duidelijk hoe dit concreet uitwerkt in een specifieke zaak. Het Wob-verzoek dateerde van 7 september 2016 (van voor de wetswijziging dus). Pas op 1 november 2016 (na de wetswijziging) werd het bestuursorgaan in gebreke gesteld. Vanwege de onmiddellijke werking was artikel 15 van de Wob dus al in werking getreden. Ongeacht het gegeven of op dat moment daadwerkelijk te laat was gereageerd op het verzoek – en de ingebrekestelling dus terecht was – kan van een dwangsom dus geen sprake meer zijn, aldus de Afdeling. Dat de wetswijziging enkel was ingevoerd vanwege het bestrijden van Wob-misbruik en misbruik in dit specifieke geval niet aan de orde zou zijn, maakt dit niet anders.

Voor enkele oude gevallen die nog in procedure zijn, is de dwangsom dus nog mogelijk aan de orde als een ingebrekestelling op een juiste wijze is gedaan voor 1 oktober 2016.

Op de hoogte blijven?

Ontvang de laatste updates op dit rechtsgebied maandelijks in je inbox.

Misschien ook interessant?

Supermarkten en de verdeling van schaarse vergunningen

30 november 2018 - De vraag of het onderwerp “verdelen van schaarse rechten” ook een rol speelt bij ruimtelijke besluitvorming is in meerdere blogs…

Supermarkten en de verdeling van schaarse vergunningen
Interessant artikel?

De laatste updates rechtstreeks in je inbox.